icon-file icon-email icon-link icon-avatar icon-download icon-folder icon-next icon-phone icon-right-arrow icon-settings icon-team close icon-linkedin icon-twitter icon-appel-met-liniaal icon-hand-met-plantje icon-wereldbol icon-handdruk icon-megafoon icon-persoon-met-tandwiel icon-cookie icon-label open icon-search handleiding
Nieuws 03 dec 2020

Branchebrede samenwerking: een effectief instrument voor gezonde innovatie

De impact van voeding op de gezondheid is een belangrijk maatschappelijk thema voor de levensmiddelenindustrie. Veel levensmiddelenfabrikanten investeren dan ook in het terugdringen van overgewicht. Door slimme innovaties worden calorieën uit bestaande producten gehaald en nieuwe producten op de markt gebracht. De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) praat erover met Theo Heere (directeur VBZ, de branchevereniging voor koek, snoep, chocolade, zoutjes en noten) en Taco Juriaanse (directeur FWS, branchevereniging voor frisdranken, waters en sappen).

Hoe kijken de branches naar productverbetering, en wat is de kracht van een branchebrede samenwerking in bijvoorbeeld het Akkoord Verbetering Productsamenstelling en het Preventieakkoord? Een dubbelinterview. 

Hoe ziet productverbetering eruit binnen jullie branches?

Theo Heere: ‘Onze producten moeten in de eerste plaats lekker zijn. Maar productverbetering neemt vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid wel een belangrijke plaats bij onze bedrijven in. Wij stimuleren het onbezorgd genieten van onze producten, maar dit kan alleen als de hoeveelheden die je eet in verhouding staan met je leefstijl. Daarom hebben we, ook ingegeven door het Preventieakkoord, ervoor gekozen om ons te richten op het aanpassen van porties. Uiteindelijk boek je daar meer winst mee dan met bijvoorbeeld suikerreductie in een koekje, wat niet veel zoden aan de dijk zet en ten koste gaat van de smaak.’ 

Taco Juriaanse: ‘Bij ons gaat productverbetering globaal om drie dingen: suikerreductie in bestaande producten, het ontwikkelen van nieuwe alternatieven met weinig of geen calorieën en het aanbieden van kleinere porties. Dit is niet alleen vanwege maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar blijft altijd ook een business beslissing. Wat wil de consument? Daar wordt natuurlijk naar gekeken. 

En op welke manier bepaal je als branche welke richting jullie uitgaan?

TJ: ‘Frisdrankproducenten zijn sinds 2012 ook gezamenlijk bezig om meer suikers uit de markt te halen. Vroeger kwamen sommige bedrijven vooral in actie als het noodzakelijk was. Nu wordt er veel meer vooruit gekeken naar trends en daarop geanticipeerd.’ 

TH: ‘Wij zijn in 2018 met elkaar een maximale portiegrootte overeen gekomen. Drie onderdelen zijn van belang: portioneren, maximeren en communiceren. Het is voor het eerst dat de leden van VBZ hierover een branchebrede afspraak hebben gemaakt en daar ben ik trots op. Omdat alle merkfabrikanten meedoen, zorgt dat voor een level playing field en maken we inderdaad meer impact. We hebben in het preventieakkoord ook afgesproken om over portiegroottes duidelijk te communiceren, maar ik zie hier ook een taak voor het Voedingscentrum en de consument zelf weggelegd.’ 

Is er ook weerstand binnen jullie branches?

TH: ‘Ja natuurlijk, het ging niet direct van een leien dakje en er is stevige discussie gevoerd maar iedereen begrijpt dat we stappen moeten nemen in het verantwoord eten van onze lekkernijen.’ 

TJ: ‘In mijn branche zie ik eerder de ontwikkeling dat er ook op dit thema concurrentie is. Het is een vorm van competitie geworden om een zo lekker mogelijk product met weinig calorieën op de markt te brengen en dat is niet makkelijk.’

Wat is de kracht van de branchebrede samenwerking, naast het level playing field?

TH: ‘Je hebt een duidelijke stem richting de overheid, de consument, de staatssecretaris en gezondheidsinstanties zoals het RIVM. Door het maken van afspraken kunnen we daar ook op afgerekend worden. Dat is de externe drijfveer om ook aan productverbetering te blijven doen, naast de interne drijfveer van maatschappelijke verantwoordelijkheid.’ 

TJ: ‘Helemaal mee eens.’ 

Welke mooie initiatieven van gezonde innovatie zien jullie binnen jullie branche ontstaan?

TH: ‘Wij hebben beloofd de suikerarme en suikervrije snoepcategorie te laten groeien. Een mooi voorbeeld van een innovatie zijn de suikervrije lolly’s van Crest. De lolly’s bevatten geen polyolen en zijn daarom niet laxerend. Ze hebben een extreem lage calorische waarde en zijn rijk aan vezels. Ook worden er geen kleurstoffen gebruikt, maar groente- en fruitextracten. Soms gaat het ook fout: laatst was er snoepgoed op de markt (50% minder suiker) dat niet aansloeg. De consument kocht het niet, de stap bleek te groot.’ 

TJ: ‘Consumentensmaak kan veranderen, maar dat heeft tijd nodig. Het geheim is om in stappen te werken zodat de overgang niet te groot is en de consument de producten lekker blijft vinden. Sprite is tegenwoordig alleen nog te koop zonder suiker, net zoals bijvoorbeeld Sourcy Vitaminwater. Spa Touch heeft de laatste jaren voor een enorme vlucht van een nieuw ‘tussensegment’ gezorgd: water met smaak, maar zonder calorieën en niet zoet.’ 

Tot slot: wat was voor jullie branches de meerwaarde van deelname aan het Nationaal Preventieakkoord?

TH: ‘We zijn daarmee gestimuleerd om als branche een oplossing te bedenken voor het ‘overeten’. Ik heb er alle vertrouwen in dat we de afspraken die gemaakt zijn, gaan realiseren.’ 

TJ: ‘Het is goed om met alle partijen branchebreed te werken aan het overgewichtprobleem en de samenhang te blijven zien. Van communicatie naar de consument tot een gezonder aanbod op scholen, en belangrijk: met voldoende ruimte voor ondernemerschap en innovatie vanuit de producenten zelf.’

Door: Machteld van Weede, FNLI