icon-file icon-email icon-link icon-avatar icon-download icon-folder icon-next icon-phone icon-right-arrow icon-settings icon-team close icon-linkedin icon-twitter icon-appel-met-liniaal icon-hand-met-plantje icon-wereldbol icon-handdruk icon-megafoon icon-persoon-met-tandwiel icon-cookie icon-label open handleiding
Nieuws 31 jan 2020

Interview met VBZ-voorzitter Thijmen Peter de With

Houden we er als industrie een houding van lange leven de lol op na en maken we onze zoetwaren meer calorisch, dan is het feest snel voorbij.

Thijmen Peter de With, Voorzitter VBZ
Thijmen Peter de With, voorzitter VBZ

De consensus ligt ‘m meer dan de confrontatie, het overleg beter dan de harde opstelling. Hoewel
Thijmen Peter de With (56) heel goed beseft dat het voortdurend zoeken naar overeenstemming
soms de verkeerde weg blijkt te zijn. Dit gebalanceerde uitgangspunt maakt De With geschikt als actief VVD’er, voorzitter van het VBZ-bestuur en als algemeen directeur van een familieonderneming, zonder onderdeel te zijn van die familie.

Een gesprek.

“Mijn betrokkenheid bij de politiek en de branchevereniging is deels te verklaren door mijn opvoeding. We hadden thuis twee supermarkten in kleinere plaatsen. Gevolg is dat je de juiste aandacht aan de juiste mensen gaat geven, want je wilt per slot van rekening zaken geregeld krijgen. Je kunt zeggen: de gemeente doet niets voor ons, net als de provincie en de landelijke overheid. Maar als je niets vraagt, dan krijg je ook niks. Blijf je aan de zijlijn staan, dan moet je niet klagen. Vandaar dat bij ons thuis het verenigingsleven en de inzet daarvoor hoog in het vaandel werden gedragen. Randvoorwaardes zijn dat je het leuk dient te vinden en er gevoel voor moet hebben. Die kenmerken heb ik.”

“Toen ik ging tennissen zat ik in de jeugdcommissie. Verder maakte ik vier jaar deel uit van een kerkenraad, net als negen jaar van het schoolbestuur. Toen dit wegviel, ging ik naadloos voor de VVD de gemeenteraad in. Ook werd ik bestuurslid van het voormalige Studiecentrum Snacks en Zoetwaren ofwel SSZ. Op het moment dat het SSZ stopte en ik tijdelijk uit de gemeenteraad vertrok, werd ik gevraagd als bestuurslid voor VBZ. Daar maak ik inmiddels alweer ruim zes jaar onderdeel van uit, waarvan een klein jaar als voorzitter.”

“In de samenleving loopt het animo om je actief voor een politieke partij in te zetten sterk terug, maar een soortgelijke ontwikkeling is er niet binnen een branchevereniging zoals VBZ. Medewerkers van zoetwarenbedrijven willen een steentje bijdragen. Een voorbeeld: laatst hadden we een bestuursvergadering. Zodra de bestuursleden aan de vergadertafel schuiven, gaat de bedrijfsbatch af. Dan zitten niet Jack Tabbers namens Mars of Harold Haerkens van Perfetti Van Melle aan tafel, maar mensen die betrokken zijn bij de sector en stippen aan de horizon willen zetten vanuit een branchebreed perspectief. En natuurlijk..., tijdens die vergaderingen komen onderwerpen aan de orde waarbij je persoonlijk kunt denken: ‘Verdorie, die ontwikkeling zou wel eens schadelijk kunnen zijn voor ons bedrijf.’ De kracht van de bestuursleden is om te beoordelen hoe je als gehele branche op ontwikkelingen moet reageren. Mijn taak als voorzitter is om vergaderingen in goede banen te leiden en te zorgen dat onze VBZ-directeur met de juiste dingen bezig is. Inhoudelijk ben ik een schakeltje, procesmatig dien ik sturend te zijn.”

“Ik ben algemeen directeur van het familiebedrijf Concorp, maar geen lid van de familie. Dit was eveneens de situatie bij mijn vorige werkgever, het familiebedrijf Daelmans waar ik eveneens de functie van algemeen directeur invulde. Wat zijn specifieke vaardigheden om als niet-familielid een familiebedrijf aan te sturen? Belangrijk is om je voortdurend te realiseren dat je praat en samenwerkt met het bezit van andere mensen die een gezicht en een naam hebben. Er bestaat een continue menselijke connectie. Zoiets is heel wat anders in vergelijking met beursgenoteerde ondernemingen waar de eigenaars een diffuse groep vormen. Bij een familiebedrijf zijn de lijnen korter en directer. Concreet: ik zou bij Concorp kunnen wijzen op het directiestatuut waarin staat dat ik verantwoording afleg aan de Raad Van Commissarissen, die op hun beurt weer worden benoemd door de eigenaars. In principe heb ik dus niets met de eigenaars te maken, alleen met de Raad van Commissarissen. Maar zo werkt dit in de praktijk niet. Sterker, ik vind het juist boeiend om de eigenaars bij ontwikkelingen te betrekken. Dan gaat het niet om operationele zaken, zoals het al dan niet voeren van een promotionele actie met een supermarktketen. Het gaat wél om fundamentele vragen: wat voor type onderneming willen we zijn, waar moeten we goed in zijn en waar gaan we naar toe? Dit vraagt de eigenschap om me in te leven in het gevoel van de eigenaars over hun bedrijf, en te snappen dat er veel historische verankering en trots over dat familiebezit bij zit.”

Het volledige interview kunt u hier lezen.

Bron: Consudel, januari/februari 2020